Dag, leuk, lief en sportief jongetje uit Honselersdijk.

Ik schrijf deze brief aan een leuk, lief en sportief jongetje. Blonde stekeltjes en met een mooie, stevige fiets. Ik zag je vanavond op die fiets, met je sporttas achterop. Je was alleen en even in je eigen wereldje. Nee, geen telefoon of muziek in je oren. Gewoon, netjes met je twee handen aan het stuur. Licht voor en achter aan. Netjes op het fietspad, waarschijnlijk ietsje te laat naar huis? Je zat misschien met je leuke blonde kop in gedachten aan wat je je ouders zou vertellen waarom je wat later van sporttraining was. En je kunt alles nog navertellen.
Je kan morgenochtend nog vertellen hoe erg je schrok, toen je pardoes door het rode licht reed. Je kunt vertellen dat de twee mensen en de hond in hun gordels hingen. Dat je zag hoe er spullen door de auto vlogen. Ook kun je vertellen dat de man al richting het fietspad, dus weg van jou, stuurde. Richting een grote lantaarnpaal. Maar vertel dan ook dat je vergat te remmen en toch doorreed. De man toeterde, remde en stuurde. De vrouw naast de man gilde met haar hand voor haar mond. Zelfs de auto schrok, want die deed raar en er klonk een piepertje in de auto.
Ik schrijf deze brief, uren later. Ik zag je in een flits van links komen, toen ik met redelijke snelheid doorreed bij een groen verkeerslicht. Er is iets met mij aan de hand, waardoor ik nogal veel om me heen kijk en een hoop dingen zie, die anderen pas later zien. Ik zag je koplamp, blond jongetje en in combinatie met mijn groene verkeerslicht ging er een belletje rinkelen in mijn hoofd. Ondanks dat er voor me geen verkeer reed en ik op kon schakelen naar 60 km/u, wachtte ik daarmee. Daardoor kon ik uitwijken, remmen en toeteren. En meer, want in mijn hoofd rekende ik ook al uit hoe ik je het minst zou kunnen verwonden. Hoe je zo veilig mogelijk op mijn, relatief zachte motorkap zou belanden. Ik keek in mijn binnenspiegel voor verkeer achter mij, wat jou verder zou kunnen aanrijden. Maar ik zag mijn hond, veilig dat wel, in zijn gordel hangen.
Je keek nog even om, geschrokken, maar toch niet helemaal bewust van hoe klein het oog van de naald was, waardoor jij kroop. Je zag de verbijstering en ontzetting niet van de meneer en mevrouw in dat kleine autootje, met die blonde hond op de achterbank. Je fietste door de berm weg van het ogenblik waarop alles voor iedereen anders had kunnen zijn. Je fietste weg omdat je bang was voor een grote mond misschien. Je zag de tranen van schrik niet bij die mevrouw, die pas door had wat er gebeurd was toen alles al achter de rug was. En daardoor echt niet minder schrok.
Op twee meter afstand na, had je vanavond bijna je laatste ritje richting huis gemaakt, zonder er ooit levend terecht te zijn gekomen. Op twee seconden na, had het leven van twee volstrekt onbekende mensen nooit meer hetzelfde geworden, als voorheen. In twee seconden deed die meneer dingen, die voor hem wel twintig seconden leken. Sturen, remmen, toeteren, kijken, berekenen, wachten op de klap en het bloed, kijken hoe zijn vrouw het er afbracht en in zijn spiegel kijkend hoe zijn hond in zijn tuig aan de gordel pardoes gelanceerd werd.
Leuk, lief en sportief jongetje. Leef nog lang en gelukkig, maar stop je wel voortaan voor het rode verkeerslicht bij de Dijkweg/Burgemeester Elsenweg? Burg Elsenweg Dijkweg Ri PoeldijkWant de kans dat je ooit nog eens een meneer of mevrouw treft die daar met 50 km/u door een groen verkeerslicht rijden, is zo erg klein. En dat die mensen iets in hun hoofd hebben wat anderen niet hebben en daardoor net iets sneller reageren op onverwachte zaken, is nog veel kleiner.
Die meneer en mevrouw wilden je nog graag even spreken, maar het moment vlak nadat ze je ‘zagen’, hadden ze teveel tranen van schrik en reden ze bijna verdoofd door.
Dag, leuk, lief en sportief jongetje uit Honselersdijk.
Advertenties

Geknipt en geschoren

Nederland ging naar de kapper. Het haar was te lang en voor de ogen en oren gegroeid. Nederland dacht dat ze hoorde en zag hoe andere landen geknipt en geschoren werden, en zo wou Nederland het ook. Dus ging Nederland op zoek naar een goede kapper. De ene beloofde een nog mooier kapsel dan de ander. Tegen de laagst mogelijke prijs en op zo kort mogelijke termijn.

Er moest een team van kappers worden samengesteld, zo groot was de eis. En Nederland zocht ze moeizaam uit. In eerste instantie kregen de kappers op het laatst nog gillende ruzie en er liepen een paar kappers kwaad weg. Die overbleven, waren nooit elkaars maatjes geweest. Slechts door tussenkomst van een andere kapper konden de twee redelijk door een (brede) deur. En die ene kapper was dus niet goed genoeg bevonden en deed niet mee. Enfin, het kapperscollectief ging Nederland een fraai kapsel aanmeten. Het ging voortvarend aan de slag, alhoewel er voor de eerste schaar knipte al protest klonk, van zowel de buitenspel kappers als van delen van Nederland zelf. Het voorhoofd waarschuwde om het niet te kort te doen en zeker niet te scheren. Het bovendeel liet ook van zich horen, want ook daar zou te kort geknipt een ramp zijn. Maar Nederland was niet op haar achterhoofd gevallen! Plus, doordat de knippende kappers veel kabaal maakten met hun tondeuses en de spiegel te veraf stond, kon Nederland niet goed zien wat er gebeurde.

Zijkanten en bakkebaarden keken geschrokken toe

En het gebeurde, wat de buitenspel kappers, het voorhoofd en het bovendeel hadden voorspeld. Er werd te kort geknipt en zelfs helemaal kaal geschoren. Nee, er werd zelfs geschaafd. Wortels werden beschadigd, zodat er op plekken nooit meer haar zou groeien. Het voorhoofd en bovendeel kregen de volle laag. Met wortel en al eruit getrokken. Zijkanten en bakkebaarden keken geschrokken toe. Maar… nog steeds was Nederland niet op haar achterhoofd gevallen. De buitenspel kappers werden vol afgrijzen nog meer aan de kant gezet. Het zou duidelijk zijn dat zij er geen verstand van zouden hebben. De knippende kappers wezen Nederland naar andere landen. Daar was het, schijnbaar, toch ook goed gegaan? Doordat al het oude haar weg was, zo hielden de kappers voor, kwam er ruimte voor nieuw haar om te groeien. Dat oude haar had alleen maar onderhoud nodig, was verkleurd en ziek. En door op sommige zelfs de wortel weg te halen, kwam er ruimte voor een totaal nieuw soort haar. En de kappers knipten maar door. Tondeuse en schaaf werden steeds meer gebruikt. Tijdbesparend en met instant resultaat. En Nederland doezelde een beetje in. Het gemasseer op haar vermoeide hoofd voelde aangenaam.

Een totaal verknipt Nederland

Maar toen Nederland wakker schrok van het gegil van voorhoofd, het stervens gejammer van bovendeel en het gebrul van zijkant, bakkebaard en zelfs snor, toen was het echt te laat. Het zicht in de spiegel toonde een totaal verknipt Nederland. Bloedende delen huid en kale plekken. Er was nauwelijks haar meer te bekennen. En de kappers? Het leken lispelende demonen, die kwaadaardig lachend beloofden dat het goed kwam. Nederland was immers toch niet op haar achterhoofd gevallen? Maar zo snel als de demonische kappers te werk waren gegaan, zo langzaam kwam bij Nederland het besef dat het te laat, te kaal en te beschadigd was. De demonische kappers beloofden dat de hoofdtooi met haarstukken en pruiken weer volgens de laatste trend toonbaar zou worden. En voor de blijvende schade hadden zij een magisch wondermiddel, dat gegarandeerd zou werken. Als Nederland nu de kappersstoel zou verlaten, dan zou het nooit meer goedkomen. Dan konden de demonische kappers nooit hun werk kunnen afmaken. Sterker nog en zonder te liegen, dan zouden zij Nederland fors aanklagen, uit de trendy landenclub zetten, net zoals dat geplunderde Griekenland. En waar nog haar was, zouden ze luis en vlo loslaten, schurft en jeuk preken.

Bruesed and beaten

Opgeheven hoofd

De buitenspel kappers richten zich nu tot het deel waar Nederland niet op was gevallen, waar nog haargroei van belang was. En ook snor en baard zijn via de slapen bij elkaar gekomen om gezamenlijk de strijd tegen de demonische kappers met hun luizen, vlooien, schurft en jeuk op te nemen. De een krabt de ander zijn rug en nu verzorgen zij elkaars wonden. Dat is tenminste het plan, als de overgebleven haargebieden elkaar willen vinden en gevonden willen worden.

Want het is nooit te laat om de demonische kappers te verslaan, al is het met een gehavend, maar opgeheven hoofd.

Solidariteit is geen rariteit.

“Hoe erg is het in Nederland?” Dat vroegen Belgische vrienden ons laatst. En natuurlijk vertelden we wat er in Nederland gebeurt. Van de afbraak van onze sociale voorzieningen, de (te) harde houding van banken en overheidsinstanties. De verharding van criminaliteit, de alsmaar stijgende kosten van levensonderhoud. Ik ben een groot criticus van het huidige kabinet en helaas ook getuige van de desastreuze gevolgen van het door hen gevoerde beleid. Ik wil in de regel pas kritiek leveren als ik ook een mogelijk alternatief weet. “Is het zo erg in Nederland?” antwoordden onze Belgische vrienden. “Hoe is het bij jullie in België dan?” vroegen wij. “Ook erg, heel erg..?” Ronduit wurgende belasting maatregelen, kosten voor dagelijks levensonderhoud die door het plafond schieten. Ronduit beledigende en levensbedreigende maatregelen om “genieters van een werkloosheidsuitkering” zo snel mogelijk weer die uitkering te ontzeggen. Dus, net als van bij ons, niet “aan het werk helpen”, maar schijnbaar zodanig vernederen dat men geestelijk en lichamelijk niet meer in staat zal zijn oppositie te gaan voeren. Iemand met een hartprobleem verplicht opzadelen met lichamelijk zwaar belastend werk (“Dat was bij ons niet bekend, excuus.”). Of na acht jaar niet geïnde belasting in veelvoud en op te korte termijn terug eisen. Het riekt gewoon naar moedwil.

Jaren geleden, ik praat echt decennia terug, was er in Zuid Afrika een, voor de oorspronkelijke negroïde bewoners, zeer discriminerend overheidsbeleid. Er werd openlijk met tekst en uitleg verteld dat bepaalde zaken verboden toegang waren “vir zwartes”. Een Zuid Afrikaanse boer beklaagde zich in het verhaal over het feit dat ‘zijn zwarte werk lui” altijd zo moe op het werk verscheen. Hun township was verdomme nog geen kwartier lopen en vijf minuten per bus verwijderd. “Zij zijn apert lui om te werke, die zwartnek.” De zeer kortzichtig (gehouden) man vergat dat de weg van 15 minuten lopen, langs een “vir goei blankes” school liep en dus automatisch “nie vir zwartes” was en de bus ook. Dus moesten ze omlopen, door een rivier waden, een extra drie kwartier van huis naar werk. Als zij toch gebruik maakten van die weg, riskeerden ze te worden beschoten  door bewakers van de school, doodgereden of allebei tegelijk. Toen hij meer dan de helft ontsloeg en verving voor “goei blankes”, kwamen die altijd puik op tijd. Per bus, of eigen auto. Dat allemaal is geen algebra, maar zoals die boer waren er helaas tienduizenden. Kortzichtig gehouden met een kunstmatige waarheid.

Hoe je het bovenstaande op de Nederlandse en Belgische situatie spiegelt, is jullie huiswerk. Maar zelfs onze vrienden uit België wisten van de uitspraak van onze voormalige minister president van Agt af. “800.000 werklozen moet werk gaan vinden in 200.000 vacatures. Meer dan de helft, 450.000, wordt door één of meerdere financiële, maar vooral onbegrijpelijke overheidsmaatregelen zodanig en onnodig gekwetst, dat zij simpelweg niet in staat zijn om op die 200.000 vacatures te reageren, of zijn even zo simpel niet gekwalificeerd.” Ik kan slecht rekenen, maar ik lees 350.000 mensen voor 200.000 vacatures. Door, eveneens weer, onbegrijpelijk overheidsbeleid, wordt het merendeel van de 200.000 vacatures ingevuld door arbeidsmigranten, die deze banen aanvaarden tegen zware onderbetaling. Als ik beide handen gebruik om te rekenen, en pakweg een kwart als tolerantie omhoog stel, kom ik op 200.000 banen voor 200.000 werkzoekenden. Los van het eerder genoemde feit dat niet elke werkzoekende geschikt is voor de geboden vacature, is het een gotspe om te zeggen dat we op nul uitkomen. Dat zou een kortzichtige en kunstmatige waarheid zijn.

De Apartheid in Zuid Afrika kwam teneinde door Zuid Afrikaners die gezamenlijk en solidair aan elkaar daar voor hebben gestreden.

Zou het mogelijk kunnen zijn dat in Nederland de Teloorgang teneinde komt, door Nederlanders die gezamenlijk en solidair aan elkaar daar voor strijden? En hetzelfde in België? En in Spanje? Portugal? Ierland?

Moederdag 2015.

Ik heb wat met moeders. Ik heb er een, dat kan niet anders. Als het wel anders kon, dan had ze dat denk ik graag gedaan. Of liet ze dat alsnog doen.

Moederdag is voor mij altijd meer ‘schoon’ Moederdag geweest. Meer dan 30 jaar heb ik een schat van een schoonmoeder gehad, die ik op Moederdag dan verraste met het 1 of ander.
Ze is nu mijn schoonmoeder niet meer, maar toch denk ik aan haar. Want ondanks wat er gebeurt is, zij was altijd meer moeder voor me dan de vrouw die me op aarde heeft gezet.

Nu wil het geluk dat ik een nieuwe schoonmoeder heb, die met alles erop en eraan, weer meer moeder voor me is dan wat de natuur voor me op het oog had als moeder.

Ik wil hier even het sprookje afbranden die er rondwaart en zegt; “Wat er ook gebeurt, je moeder blijft je moeder en die moet je in ere houden.” Dat is gewoonweg niet altijd het geval. Als ik mijn moeder in ere zou houden, dan was ik nu zielsongelukkig en wie weet wel gedetineerd.

Moeder wordt op je door een kind te baren EN op te voeden. Maar moeder wordt je vooral door iemand in je hart te sluiten en er van te gaan houden. Dat laatste is de allesomvattende voorwaarde. Een moeder gebruikt haar kinderen niet om een verleden anders in te kleuren of een eigen toekomst zeker te stellen.

Op Moederdag eer ik vooral de vrouwen die zich niet op natuurlijk ontwikkelde wijze toch moeder voelen. Die alles voor hun kinderen over hebben, er voor door het vuur willen gaan en onvoorwaardelijk van hen houden.
Op Moederdag eer ik met name die moeders die moeder zijn, zonder ooit een kind gebaard te hebben. Moeders die hun kinderen hebben ‘gekregen’, ‘aangenomen’, ‘aanvaard’ hebben, maar boven alles in hun harten hebben gesloten.

Tegen die moeders zeg ik “Dank jullie wel.”

Mom, thank you for...

 

Van nummer 15 naar 37. En dan naar nummer 84.

Het is mistig en de donkere straten krijgen een witte mysterieuze waas mee. Gelukkig zijn het straten die nog ken van de tijd dat het nog geen straten waren. Ik heb ze zien ontstaan, aan de bouw van de huizen eromheen meegewerkt. Hoe trots was ik toen ik wist dat een van de huizen die we bouwden mijn, ons huis zou worden.

Ik loop langs nummer 15 en probeer naar binnen te kijken. Heb ik het nou goed gezien, hebben ze nog steeds die deuren die we er toen hadden ingezet? Ik kijk naar boven en zie de dakkapel waar ik ook zelf een hoop werk aan heb gehad. De zolderkamer die we er maakten, de wand die ik er getimmerd had. De saaie witte radiator die ik knalroze had gespoten. (“Dat is onmogelijk..”volgens ‘kenners’). Beneden de buitenmuur met glaskozijnen, waarvan ik de fundering zelf had gestort. De schuur, het wordt eentonig, die ik zelf ontworpen en getimmerd heb. Grote schuifdeur, kon de motor er zo in. We waren gelukkig in ons eerste koophuis. Ik was er gelukkig. Onze twee kinderen waren er gelukkig.

Ik loop verder, langs de huizen van buren die er nog steeds wonen. Hun huizen zijn meegegroeid, er is in geïnvesteerd. Hun huwelijken zijn geëvolueerd en ze hebben in hun toekomst geïnvesteerd. Ik loop over de brug waar onze dochter met een noodgang het fietsen (“Zelluf doen..”) heeft geleerd. Waar onze Golden Retriever altijd even op stilstond om over de sloot te kijken. Ik loop verder richting het droomhuis waar jij je zo vrij en gelukkig in zou voelen. Ruimer, lichter en comfortabeler. Daardoor werd ik ook gelukkig.

Ik kijk naar nummer 37 en zie al van een afstand dat het huis in een krampachtige toestand verkeert.  Ik zie de schutting net niet rechtstaan en de struiken net iets te haastig gesnoeid. Als je een tweede keer goed kijkt, zie je dat er niets is gegroeid en een tijdlang niets is geïnvesteerd. Het was plotseling over, er was geen toekomst meer, de evolutie kwam met een klap tot stilstand. De kozijnen die ik had willen vervangen, de voortuin die een ander gezicht zou krijgen. De schutting die nu allang vervangen en kaarsrecht zou staan. Binnengekomen loop ik over het tegellaminaat die ik gevonden en gelegd heb. (“Zijn dat echt geen plavuizen?”) De bekleding over de radiator, de glaspaneeldeuren die zoveel licht doorgaven. De woonkamer, waarvan jij, als eerste, het vrije uitzicht als een bevrijding ervoer. De parketvloer die zo zorgeloos was en de schuifpui die de achtertuin bijna tot woonkamer maakte.

Het huis is nu leeg en je kunt pijnlijk voelen dat er een lijdzame tijd niet in is geleefd, maar gewoon gewoond. De muren met het behang wat je tegen beter weten in toch op de muur plakte. De kleuren die mij toen al niet vrolijker maakten. Waarom was ik toen zo teveel bezig met hetgeen me na 45 jaar werd verteld? Waarom was ik toen zo bezig met dat werk, wat me de zekerheid zou geven ons leven te blijven leven, zoals we het toen hadden ingericht? Waarom heb ik je toen, ongemerkt, uit mijn handen laten glippen? Waar en op welk punt heb ik toen de kaars van haat in jou ontstoken?

De twee huizen waar ik me meer dan 25 jaar lang gelukkig en geborgen in waande. Op loopafstand van elkaar verwijderd en nu onbereikbaar voor mij geworden. Het laatste huis was een wapen geworden, waarmee je me je onuitgesproken minachting liet voelen. Het werd een gevangenis die me vasthield, zonder dat ik er in zat. Je gaf me er straf mee, zonder dat ik wist waar ik voor gestraft werd. Als het de eerste reden zou zijn, dan kon ik er zelf weinig aan doen. Ik was er mee geboren en heb er, ook nu weer, zelf de rest van mijn leven werk aan.

De tweede reden weet ik niet eens. Maar jij wel en je hebt het haarfijn aan onze kinderen weten uit te leggen. Tenminste, daar ben je van overtuigd. De waarheid ligt altijd in het midden en dat hoeft niet altijd het midden te zijn zoals jij en ik dat zien. Ik vertel de kinderen mijn waarheid niet zomaar, zeker niet ongevraagd. Want het verschil tussen jouw waarheid en die van mij is ongekend groot. Ik vraag me af of onze kinderen met de helft van mijn waarheid zonder kleerscheuren verder het leven in kunnen. Ik neem me voor mijn waarheid in termijn en in gepaste hoeveelheden aan hen te vertellen. Op dit ogenblik heb jij ze met jouw waarheid te overdonderend overtuigd.wat jij besteld hebt. Ik ga er de opgelopen schade mee afbetalen. Ik vier het feit dat ik deze winter levend ben door gekomen. Ik vind het echt jammer voor je dat je slapeloze nachten hebt gekregen. Het is spijtig dat je andere lichamelijke ongemakken hebt opgelopen. En het is absoluut niet leuk dat het geld wat je hebt, samen met het geld wat je van me krijgt, je straks niet minder bitter zal maken. Het was te verwachten dat je dit zou overkomen, toen je welbewust de keuze nam om je leven in die richting te sturen, die je nog volgt.

Ik sluit de deur van het huis waarvan we morgen de sleutels aan een ander gaan geven. We verdelen het geld waar we allebei zo hard voor gewerkt hebben. Jij gaat er je leven verder comfortabel mee inrichten. Voor de zomer komt het huis ongemakken hebt opgelopen. En het is absoluut niet leuk dat het geld wat je hebt, samen met het geld wat je van me krijgt, je straks niet minder bitter zal maken. Het was te verwachten dat je dit zou overkomen, toen je welbewust de keuze nam om je leven in die richting te sturen, die je nog volgt.

Je weet sinds onze scheiding niet echt veel meer van me. Het interesseert je oprecht niet dat mijn ‘rijkdom’ niet in ‘euro’s’ maar in ‘besef’ wordt uitgedrukt. Ik vind dat helemaal niet erg, want ik weet bijna zeker dat je dit soort rijkdom niet eens kunt dragen. Met dit vermogen kun je niks kopen, maar je krijgt er wel ontzettend veel voor. Met het verkregen inzicht hoe mensen kunnen zijn zoals ze zelf niet willen worden, word ik stil als je me als lui en ongeïnteresseerd neerzet. Want ik voel het suizen van die klap en weet dat je de plank wel heel erg mis hebt geslagen.

Vijf jaar lang heb je niemand echt kunnen vertellen waarom je ons leven, dat van jou, mij en de kinderen, zo hebt verziekt. Vijf jaar lang heb je geprobeerd iedereen te van overtuigen dat het mijn schuld was dat je weggelopen was uit het huis waar je zelf dacht gelukkig te gaan worden. Vijf jaar lang heb je de kinderen niet kunnen vertellen waarom je ze met dat beest van een man alleen achter liet. Vijf jaar lang heb je me verdoofd met je eigen ontworpen waarheid. Na vijf jaar heb ik de knoop doorgehakt en mag je me vertellen waarom je denkt dat je me haat. Na te lange tijd heb ik je gedwongen het huis te verkopen, wat anders mijn graf zou worden. Eindelijk kan ik zeggen dat ik blij ben dat je bij me bent weggelopen. Want wat zou er van me geworden zijn, als ik nu nog bij je zou zijn?

Nee, ik wil niet dat je dood neervalt, want dat heb jij mij al zo vaak toegewenst.

“ Het is dat je de vader van mijn kinderen bent, anders mocht je van mij dood vallen.”

Wat een zin, wat een drama. Ik heb het antwoord.

“Wat jammer dat jij de moeder van mijn kinderen bent, nu moeten zij er mee verder leven.”

Ik open de deur van nummer 84 en bevind me vrijwel gelijk in de warmte van liefde en heldere lichtheid van mijn toekomst. Met de vrouw die ik de rest van mijn leven naast me zal vinden. Onbetaalbaar, maar we hebben elkaar dubbel en dwars verdiend. Probeer dat te kopen van je erfenis en verkregen fortuin. Het is als plastische chirurgie, even is het resultaat oogverblindend, maar al gauw is de aanblik te erg om aan te zien.